Als ik zeg Zweden, een supersterk meisje, rode vlechtjes, kniekousen, veel te grote schoenen, een paard op de veranda en een aapje met een shirtje, dan denken we allemaal aan hetzelfde. Wie kent haar namelijk niet: Pippi Langkous. Astrid Lindgren schreef verschillende boeken over haar en inmiddels zijn er films van, musicals, tekenseries en noem maar op.

Als kind keek ik graag en vaak naar de films en serieafleveringen van Pippi. Je zou kunnen zeggen dat Pippi me voor een gedeelte opgevoed heeft. Gelukkig niet op een manier dat ik aan lampen hing, met stoelen gooide en de vloer dweilde met borstels aan mijn voeten. Het was meer dat de gedachtes en overtuigingen van Pippi deel werden van de mijne. Kinderen kunnen best voor zichzelf zorgen, boeven en gemene mensen verdienen soms ook een goudstuk en als je iets echt wil is het niet onmogelijk.

Toch waren er overtuigingen van Pippi waar ik het niet mee eens was. Of beter gezegd: die ik gek vond. Zo is er een scène waarin Pippi op haar paard zit en Tommy en Annika tegenkomt. Die vertellen dat ze naar school gaan en bijna kerstvakantie hebben. Dan voelt Pippi zich tekortgedaan. “Dat is onrechtvaardig!” aldus Pippi. Waarop Tommy zegt: “Waarom, wat bedoel je?” – “Waarom krijg ik geen kerstvakantie?” verontwaardigd kijkt Pippi Tommy en Annika aan. Tommy antwoordt: “Die krijg je niet omdat ze zelf niet naar school gaat.” Pippi besluit dan dat ze toch maar naar school gaat. “Vakantie zal ik hebben!” roept ze. Als kind lag ik dubbel bij dit stuk. Wát een goede grap, die gekke Pippi heeft immers constant vakantie? Ik dacht niet verder dan dat dit gewoon een onlogische Pippi gedachte was.

Nu, jaren later kom ik ineens achter de waarheid van haar uitspraak en ben ik het ook met deze Pippi-overtuiging eens. Begin dit jaar was mijn rooster van school belachelijk kort. Het kwam erop neer dat ik anderhalve dag per week op school zat en de rest van de tijd thuis doorbracht. Nou had ik ook wel veel verslagen die af moesten, maar daar werkte ik hooguit één dag per week aan. De rest van de dagen verveelde ik me zo erg dat ik bij wijze van spreken aan de lampen wilde hangen en de vloer met borstels onder mijn voeten wilde dweilen. Ik had geen baantje, dus werken was geen optie. Ook zaten al mijn vriendinnen gewoon op school. Op een gegeven moment kwam de voorjaarsvakantie. Mijn vriendinnen waren ontzettend blij dat ze eindelijk even een relaxt weekje hadden. Ik was niet blij. Ik was al zo ontzettend veel vrij geweest dat ik, gek genoeg, enorm verlangde naar school. Vakantie was voor mij geen vakantie meer, maar nóg zo’n saaie suffe week. Ik wilde iets leren, dingen doen. Ik wist dat als ik dat zou doen, vakanties vanzelf weer leuk werden. En dat wilde ik het liefst: leuke vakanties.

Terug naar Pippi. Ik snap nu dat ze van haar vakantie wilde genieten, zoals ieder ander kind. Dat lukt maar op één manier: door naar school te gaan. Zonder school namelijk geen vakantie.

Heeft Pippi mij niet goed opgevoed?

Deze tekst verscheen september 2015 als column in het herfstnummer van Kinderwijz magazine.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *